Terug naar hoofdinhoud

Hulp nabij: hulp geven en hulp vragen

Gatske en Jan 1

Verslag van de avond:

De tijd dat de staat voor ons zorgde lijkt voorbij. Ook op Texel is dat nu al te merken. Zo staan kamers in de verzorg afdelingen van Omring leeg op Texel door personeelsgebrek, of moeten ouderen in een crisissituatie aan de overkant geplaatst worden met als gevolg dat partners en familie meerdere keren per week met de boot over moeten. En helaas staan deze voorbeelden niet op zichzelf. Terwijl bereikbare zorg steeds vaker onder druk komt te staan, wordt hulp vragen en hulp geven steeds belangrijker in onze maatschappij. Het is daarom verstandig om te kijken wat we zelf kunnen doen. Op de avond kwamen vier onderwerpen aan de orde die allen te maken hebben met hulp vragen en hulp geven. Zij zijn een voorbeeld voor wat we zelf kunnen doen. Wij hopen dat ze U inspireren om zelf actie te ondernemen of te laten nadenken over de vraag : Op wie kan ik straks rekenen als ik hulp en ondersteuning nodig heb?

Gatske IJkema opent de avond en heet iedereen welkom. Zij haalt aan dat deze avond een vervolg is op de avond die vorig jaar rond deze tijd werd gehouden over ‘voorzorgcirkels’ en wenst ons een interessante avond toe.

Voorzorgcirkels

Henriette Timmermans is de eerste spreker. Zij is al 40 jaar woonachtig in Oudeschild. Ze spreekt liever niet over voorzorgcirkels maar heeft het liever over buurtcirkel. Het woord voorzorgcirkels wekt de indruk dat we elkaar moeten verzorgen en dat is nou juist niet het geval. Verzorgen gebeurt door de thuiszorg. Haar straat kende in het verleden een barbecue maar die had al jaren niet plaatsgevonden. Ze heeft toen het initiatief genomen om opnieuw een barbecue te organiseren om op die wijze elkaar beter te leren kennen. Er kwamen 55 buurtgenoten op af.
Henriette is eerder gaan polsen naar de behoefte aan een ‘buurtcirkel’. Daar werd zowel positief als negatief op gereageerd. Het heeft er wel toe geleid dat er een buurt App is ontstaan. Daartoe moest een lijst met namen en adressen worden opgesteld, wat alweer leidde tot meer bekendheid met elkaar. Die App is er niet voor een praatje pot. Het is verstandig om gelijk afspraken te maken over het gebruik van de de app. Wél voor hulp vragen en hulp aanbieden maar niét voor discussie, chats of persoonlijke mededelingen zoals ik ben jarig.
Uit de barbecue is behalve de straatapp ook een maandelijkse koffieochtend met de buurt ontstaan. Dit is vooral een initiatief van de wat oudere bewoners in de straat. Wie genoeg ruimte heeft in huis, stelt zich beschikbaar. Deelname is facultatief.
Zo zijn er mogelijkheden ontstaan om situaties van een buurtgenoot die een beetje extra ondersteuning nodig heeft, in overleg te regelen.
Een vraag uit de zaal is of iedereen wel met een App kan omgaan. Dat blijkt geen probleem. De meeste ouderen kennen het fenomeen.

Tussen de sprekers en onderwerpen in legt Gatske een aantal stellingen voor die met bordjes groen (ja) of zwart (nee) door de zaal kunnen worden beoordeeld.
Stelling 1 : Zorgen voor je naasten wordt steeds belangrijker in onze maatschappij.
Door vrijwel allen met groen bevestigd.
Een reactie met zwart is van iemand die vindt dat als je laat zien dat je goed voor jezelf kunt zorgen, dit een voorbeeldfunctie kan hebben voor anderen.
Stelling 2 : Stimuleren van burenhulp is op Texel niet nodig.
Heel veel zwart. Stimuleren is zeker nodig. Niet iedereen ziet waar een beetje extra’s nodig is.

Heads-up
Gatske interviewt Dionne Huizinga en Eefje Aalberts.
Heads-up bestaat bijna 3 jaar en is opgericht door jongeren in de leeftijdsgroep van 20-45 jaar met een chronische aandoening. Ze vinden erkenning bij elkaar en helpen en ondersteunen elkaar bij de beperkingen die zij ondervinden. In geval van Dionne is betreft het een spierziekte.
In de Lindeboom komt men regelmatig bij elkaar als plek voor samenzijn en voor het bespreken van onderwerpen. Ook bij de fysio ontmoet men elkaar.
Wat men deelt is onder andere: Waar loop je tegenaan? Zijn er oplossingen voorhanden? Hoe en waar begin je wanneer je bijvoorbeeld aanpassingen in huis wil. Of een rijbewijs wilt halen en vervolgens een aangepaste auto. Een aangepaste fiets is niet altijd een driewieler. Als je jong bent wil je ook iets jongs en een bakfiets is dan wel even hipper.
De groep van gelijkgestemden is momenteel 10. Waar precies behoefte aan is, kan verschillen per individu. Uitwisselen van informatie is voor de meesten belangrijk. Men loopt tegen veel dezelfde dingen aan. Voedingsadvies is een apart item en zeker niet onbelangrijk.
Bij de bijeenkomsten wordt ook gewoon een spelletje gedaan. Gezelligheid is ook belangrijk.
Eefje doet uitleg over de aansluiting bij ‘De Zonnebloem’. De Zonnebloem kent steeds meer afdelingen. Zonnebloem jong is zo ontstaan. Er wordt naar de meest geschikte vorm gezocht voor de jonge mensen met beperkingen.
Nadat zich eerder alleen meiden aansloten, komen er nu ook jongens bij.
Op de vraag of de leden van de groep een vangnet hebben, is het antwoord dat niet iedereen dat heeft. Vrienden snappen niet altijd wat het betekent om een beperking te hebben.
Je hebt dus vooral elkaar nodig om wegen te vinden om iets voor elkaar te krijgen.
Mochten wij jongeren kennen die behoefte hebben aan contact met lotgenoten, dan is op 30 juni a.s. weer een bijeenkomst in De Lindeboom.
Men weet dat niet iedereen er behoefte aan heeft, maar maakt nog eens duidelijk dat de soort beperking hen ervan niet mag weerhouden zich aan te sluiten. Post Covid klachten of psychische klachten. Kom maar kijken of je erbij wilt komen. Huisartsen kunnen ook doorverwijzen.

Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Stelling 3 : Ik heb een duwtje in de rug nodig om hulp te vragen.
Er zijn nogal wat reacties die inhouden dat een duwtje nodig is. Men zoekt het in eerste instantie bij buren en bekenden.
Stelling 4 : Hulp vragen wordt voor mij makkelijker als er wederkerigheid is en ik ook wat terug kan doen.
Daarmee zijn de meesten het eens.

LETS
Franchita Bruijn spreekt namens LETS. Misschien beter bekend als Texelse boetjes.
LETS bestaat al 30 jaar op Texel en biedt een systeem voor het uitwisselen van diensten en goederen. Daar gebruikt men ‘Boetjes’ als betaalmiddel. 1 uur dienstverlening heeft de prijs van 7 boetjes ( 1 boetje=1 euro). De Boetjes kunnen digitaal aan elkaar overgemaakt op de boetjesrekening die ieder LETS lid heeft.
De betrokken partijen kunnen ook afspreken het via ruilen te doen of voor niks. Het is wel belangrijk dat de leden niet alleen vragen maar ook iets aanbieden. Het aanbod bestaat uit alles wat leden aan vaardigheden in huis hebben. Contacten verlopen via internet, sociale media en via een App. Bijkomend voordeel is dat je nieuwe mensen leert kennen. Inschrijven kost 10 euro en maandelijks betaalt men 1 euro.
Aanvankelijk deden er 50 mensen mee, maar in de loop der tijd is dat wel minder geworden.
Website: Letstexel.nl

Stelling 5 : Het maakt uit aan wie ik hulp geef
De meesten vinden dat het verschil maakt of je hulp aan familie of bekenden geeft of aan vreemden.
Sommige vinden dat het niet uit mag maken, maar dat doet het wel.
Stelling 6 : Als iemand mij om hulp vraagt durf ik geen nee te zeggen.
Bij sommige mensen werkt dit zo. Te makkelijk hulp bieden kan ook een valkuil zijn.

AUTOMAATJE
Cobie Daalder doet een Power point presentatie over deze vorm van hulp die door de ANWB is opgezet en al 15 jaar bestaat in Nederland.
Sinds 2 maanden maakt het deel uit van Texels Welzijn , Gemeente en ANWB. De service is bestemd voor de minder mobiele eilandbewoners.
Er zijn inmiddels 17 vrijwillige chauffeurs die ingeschakeld kunnen worden voor ritjes op Texel.
Voor buiten Texel zijn er andere voorzieningen, deels ook uitgevoerd door of aan te vragen bij Texels Welzijn (bijvoorbeeld ziekenhuisritten) of Valys.
De kosten die gedragen dienen te worden door de aanvrager is een prijs per kilometer. Eerst 35 cent en nu tijdelijk 38 cent. Men moet een ritje 3 werkdagen van tevoren aanvragen. Met de ANWB routeplanner wordt de hoeveelheid kilometers vastgesteld. Aanvragers hoeven geen lid te zijn van de ANWB.

Stelling 7 : Ik zie wel wat er gebeurt als ik te maken krijg met beperkingen, ik ben nu nog gezond.
Ja en nee is de reactie van de aanwezigen. Laat je vooraf informeren over wat er NU ter beschikking is. Laat je huis alvast aanpassen als dit in je vermogen ligt. Het maken van een levenstestament kan ook helpen.
Stelling 8 : Ik zal het moeilijk vinden om hulp te accepteren van anderen als dat nodig is.
Voor de meesten geldt dit wel, maar nood breekt wet.

Gatske sluit af met dank aan de voorbereiders , sprekers en aanwezigen en hoopt dat we geboeid hebben geluisterd en vooral geïnspireerd zijn geraakt.

  • Raadplegingen: 55

TSB en Mantelzorg 2026

TSB is in 2014 opgericht door Texelaars die zich zorgen maakten over de gezondheidszorg op Texel. Helaas bestaan die zorgen nog steeds. Hieronder lichten we enkele knelpunten toe en geven we onze visie, als aanzet tot verdere discussie.

 

De zorgvraag

De zorgvraag stijgt, waardoor personeelstekorten toenemen en kosten oplopen. Dat horen we bijna elke dag. Vaak worden vergrijzing en zorgvraag in één adem genoemd, maar volgens TSB is dat slechts deels waar. Ouderen leven tegenwoordig langer in goede gezondheid en slechts kort in slechte gezondheid. Het intensieve en dure zorggebruik vindt vooral plaats aan het einde van het leven, zij het bij meer mensen.

De stijgende zorgvraag komt echter niet alleen van ouderen, maar uit alle leeftijdsgroepen. Volgens TSB komt dit door een afnemende eigen verantwoordelijkheid voor je eigen gezondheid. Veel mensen zien hun lichaam als een auto die je bij de garage brengt: reparatie zonder eigen inspanning. Deze houding is versterkt door marktwerking, waarbij gezondheid een economisch product is geworden, en door een verzorgingsstaat die verantwoordelijkheid (deels) wegneemt.

Ook omgevingsfactoren spelen mee, zoals ongezond voedsel in supermarkten en schadelijke producten zoals vapes. Daarnaast zorgt medicalisering voor extra druk: sociale en persoonlijke problemen (bijvoorbeeld echtscheiding, geldzorgen, huisvesting) komen als medische klachten bij de zorgverlener terecht. Iemand met financiële zorgen meldt zich met slapeloosheid en hoofdpijn, niet met het echte probleem. Het gevolg: ineffectieve oplossingen, verhulling van de kern en hulp door de verkeerde professional.

Om over na te denken:

  • Een verbod op het meenemen van een vape  naar school is op Texelse scholen wenselijk.
  • Bewerkt voedsel wat onze gezondheid schaadt moet in prijs verhoogd worden.
  • Om af te komen van glyfosaat moeten we onze boeren een verdienmodel aanbieden met als uitgangspunt: landbouw zonder roofbouw


Het zorgaanbod

Het zorgaanbod verschraalt al jaren door bezuinigingen. De politiek roept dat de kosten onbetaalbaar zijn, maar het percentage van ons BNP dat naar gezondheids- en welzijnszorg gaat, schommelt sinds 2010 tussen 13% en 14%. Absoluut gaat het om meer geld, maar dit relativeert de paniekboodschappen waarmee bezuinigingen worden verkocht en onze verzorgingsstaat stukje bij beetje wordt afgebroken.

Die verzorgingsstaat is gebaseerd op collectieve solidariteit: wij betalen premie en belasting zodat zorgen ons uit handen worden genomen. De drie pijlers voor dit systeem zijn welbegrepen eigenbelang, onpersoonlijke zorg (professionele hulpverleners) en begrenzing. De meeste mensen willen nog steeds collectief georganiseerde zorg, niet private zorg. Ook geven zij de voorkeur aan professionele zorg; mantelzorg is vaak geen vrijwillige keuze. Om het stelsel betaalbaar te houden, moeten er grenzen zijn aan wat, door wie en aan wie wordt vergoed. Dat vraagt om pijnlijke keuzes, zoals: vergoeden we afslankmiddelen in de basisverzekering?

Daarnaast moeten we bereid zijn zorgtaken terug te nemen als individu en samenleving, wanneer deze ten onrechte door de verzorgingsstaat zijn overgenomen en daarmee onze veerkracht en zelfredzaamheid aantasten.

 TSB pleit er ook voor dat de samenleving zich uitspreekt over welk percentage van het BNP we aan zorg willen besteden.

Verder moet meer worden ingezet op preventie en het wegnemen van ziekmakende factoren in onze leefomgeving. Wij zijn tegen botte bezuinigingen. Het doel moet zijn het systeem beter en efficiënter te maken. De verzorgingsstaat is een waardevolle uitvinding die behouden moet blijven.

Om over na te denken:

  • Om de basiszorg betaalbaar te houden moet de landelijke politiek besluiten wat, door wie en aan wie vergoed wordt.
  • Afslankmiddelen moeten niet vergoed worden uit het basiszorgverzekeringspakket.
  • Zorggebruikers dienen veel meer betrokken te worden in de organisatie van de zorg op Texel.

 
Personeelsgebrek

Het tekort aan zorgpersoneel groeit al jaren. Oplossingen beginnen bij goed onderwijs, fatsoenlijke lonen en aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarden: minder administratieve lasten, meer waardering en flexibele roosters. Extra’s zoals huisvesting kunnen helpen om personeel te behouden.

Technologie belooft veel, maar de praktijk is vaak weerbarstig. Toch kunnen robotisering en AI een waardevolle aanvulling zijn om personeelstekorten te verlichten. Ook het aantrekken van zorgprofessionals uit andere landen is een optie.

Daarnaast kan de inzet van mantelzorgers en vrijwilligers in de formele zorg – bijvoorbeeld in verpleeghuizen of bij respijtzorg – bijdragen. Voorwaarde is wel een mantelzorgvriendelijke samenleving én een goede positie voor mantelzorgers binnen de formele zorg.

 Om over na te denken:

  • Robotisering en AI zijn de oplossing voor het personeelsgebrek op Texel
  • De inzet van professionals uit het buitenland in de Texelse zorg is een goed idee.
  • Vergrijzing kan ook een bijdrage leveren in de oplossing van de knelpunten in de gezondheidszorg op Texel.
  • We moeten op Texel een structureel systeem ontwikkelen waar’ oud voor oud’ zorgt.  De Pijlers hiervan zouden in ieder geval onderlinge solidariteit, welbegrepen eigenbelang en vrijwilligheid zonder vrijblijvendheid moeten zijn.
  • Het idee ‘ouderen helpen ouderen’ dient op alle manieren ondersteunt te worden door de Texelse samenleving en politiek.
  • Stimuleren van burenhulp is op Texel niet nodig.
  • De Texelse politiek moet zich méér inzetten voor plekken waar vraag en aanbod voor burenhulp makkelijker uit te wisselen zijn.
  • De Texelse politiek moet zich inzetten om indicatie loze dagbesteding mogelijk te maken
  • Om mantelzorgers te ontlasten moet de Texelse politiek zich inzetten voor een nachtopvang georganiseerd op dorpsniveau.
  • Op de Texelse begroting moet meer budget komen voor de post mantelzorg

 

Wet- en regelgeving, bureaucratie

Wet- en regelgeving staan vaak goede hulpverlening in de weg. Privacywetgeving en financieringsregels maken domein overstijgend werken onnodig complex. Administratieve verplichtingen, ingegeven door wantrouwen en overdreven controledrang, maken het werk voor hulpverleners onaangenaam. Hetzelfde geldt voor regels die mantelzorg bemoeilijken of zelfs bestraffen.

Om over na te denken.

  • Meer beslisvrijheid voor de hulpverlener komt de hulpvrager ten goede.
  • De privacywetgeving dient voor de gezondheidszorg aangepast te worden
  • Bij de financiering van hulpverlening dient de hulpvrager centraal te staan en niet de wijze van financiering.
  • Ik vind de vrijheid van mezelf of mijn ouders belangrijker dan regels die die vrijheid beperken maar bijvoorbeeld wel het risico op vallen verminderen.
  • Domein overschrijdend samenwerken in de hulpverlening is kostenbesparend


Opvattingen

Als individu moeten we beseffen dat we zelf primair verantwoordelijk zijn voor onze gezondheid. Binnen onze mogelijkheden hoort het vanzelfsprekend te zijn goed voor lichaam en geest te zorgen. Niet iedereen kan dat even goed, dus steun blijft nodig. We moeten stoppen met gezondheid te zien als een product dat je koopt via een verzekering en dat de hulpverlener “repareert”.

Het concept Positieve Gezondheid kan hierbij helpen. Dit richt zich op het vergroten van iemands veerkracht en op wat iemand wél kan. Gezondheid is meer dan de afwezigheid van ziekte; veel factoren bepalen hoe gezond we ons voelen. Het is niet alleen een taak voor artsen, maar voor vele partijen – inclusief uzelf. Dit vraagt om domein overstijgende samenwerking, financiële ontschotting en aangepaste regelgeving. De zorggebruiker moet centraal staan, niet de regeltjes.

Als samenleving moeten we ophouden alles af te schuiven op de verzorgingsstaat. Die kan niet al onze problemen oplossen. Veel kwesties kunnen beter door onszelf worden aangepakt. Gezondheid is geen puur economisch product gereguleerd door marktwerking; dat is een te beperkte visie.

Denken vanuit Positieve Gezondheid verlegt de aandacht van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. Meer preventie door het wegnemen van ziekmakende factoren én het stimuleren van gezonde leefomstandigheden, individueel én collectief. Volksziekten zoals cholera en tyfus zijn niet opgelost in spreekkamers, maar door schoon water, betere hygiëne en hogere welvaart. Hetzelfde geldt voor moderne volksziekten zoals diabetes type 2, COPD en hart- en vaatziekten. Medicatie blijft nuttig, maar echte terugdringing vraagt om maatregelen zoals rook- en vapeverboden, schone lucht, grond en water, gezonde voeding én verandering van onze leefstijl.

Om over na te denken.

  • De meeste Texelaars zouden méér verantwoordelijkheid voor hun eigen gezondheid moeten nemen
  • Liever medicatie voor mijn diabetes dan  mijn leefstijl aan te passen.
  • Voor bewegen heb ik geen tijd.
  • Liever een puffer dan te stoppen met roken.
  • Het doel van veranderingen aanbrengen in de gezondheidszorg is in de eerste plaats verbetering en niet bezuiniging.

 
Tot slot

Ons gedachtengoed kent ook risico’s. Het kan misbruikt worden om de verzorgingsstaat af te breken of mantelzorgers en vrijwilligers uit te buiten. Een brede blik op gezondheid kan leiden tot medicalisering van de samenleving. Het uitgangspunt dat je zelf verantwoordelijk bent voor je gezondheid mag nooit worden gebruikt om te zeggen: ‘eigen schuld, dikke bult’ of om maatschappelijke oorzaken van slechte gezondheid te negeren.

Om over na te denken.

  • Alles door de bril van gezondheid bekijken kan ons blind maken voor de kern van een probleem en tot inefficiënte oplossingen leiden.
  • Het inzetten van zorgvrijwilligers in zorginstellingen op Texel zet de deur open naar de afbraak van de verzorgingsstaat.
  • Het concept ‘zolang mogelijk thuis wonen’ was een vergissing

 

 

  • Raadplegingen: 246

Geslaagde avond over Voorzorgcirkels: Omzien naar elkaar

Afbeelding van WhatsApp op 2025 09 25 om 20.07.26 801b1f00

 

Verslag informatieavond 05-06-2025 over “Voorzorgcirkels: omzien naar elkaar".

Organisatie van de avond: Texel Samen Beter (TSB) samen met de Seniorenvereniging, met ondersteuning door de Gemeente en Texels Welzijn.
Spreker: Annemarie van de Wal van NLZVE (Nederland Zorgt Voor Elkaar) voor zeker 45 geïnteresseerden.

Mariska Kooijmans-Coutinho (TSB) heet de aanwezigen welkom. Zij vervangt deze keer Jan Hoekstra, de voorzitter van TSB, die in het buitenland is. Ze vertelt over de samenwerking tussen Seniorenvereniging Texel, Texel Samen Beter, Texels Welzijn en de Gemeente over dit onderwerp. Ze introduceert de spreker, Annemarie van de Wal van NLZVE en ze verwelkomt ook de vertegenwoordigers van de dorpen, die bereid zijn om hun ervaringen te vertellen van omzien naar elkaar in de dorpen.

Annemarie begint haar presentatie met een introductie over een onderzoek in het land van Cuijk, naar de behoefte aan hulp in eigen omgeving, beschreven door Henk Geene in zijn boek ‘Voorzorgcirkels als antwoord op vergrijzing’). Uit het onderzoek van Henk kwam naar voren dat er zeker behoefte is aan hulp in de eigen omgeving. Maar tegelijkertijd vinden we het vragen om hulp moeilijk. Hulp geven of aanbieden gaat ons gemakkelijker af. Het opzetten van voorzorgcirkels is een structurele vorm om op kleine schaal hulp te organiseren, en zowel het vragen om hulp als het aanbieden en leveren van hulp te vergemakkelijken.

Annemarie beschrijft het ontstaan van de beweging Nederland Zorgt Voor Elkaar (NLZVE) en vertelt over Henk Geene en zijn drijfveer om tot ‘voorzorgcirkels’ te komen. Een film illustreert haar verhaal. Ze licht toe wat een voorzorgcirkel kan bieden: je kunt op je omgeving rekenen en dat voelt veilig. Deelnemen aan een cirkel is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Deelname moet uit het hart komen. Je geeft vandaag en ontvangt morgen. Ook legt ze uit hoe NLZVE advies geeft bij het opzetten van de voorzorgcirkels in den lande, en materialen heeft ontwikkeld die het opzetten van de voorzorgcirkels ondersteunen.

Een voorzorgcirkel moet niet te klein, maar ook niet te groot zijn. Plusminus 10 à 15 adressen is mooi. Binnen de cirkels kan iemand zich als verbinder opwerpen. Zo’n verbinder onderhoudt het contact met de mensen die deel uitmaken van de cirkel, maar kan ook contact onderhouden met verbinders van andere cirkels, of met ‘de zorg’. Daarbij staat voorop dat ‘de zorg’ vooral ‘de zorg’ moet blijven. De leden van de cirkel nemen in principe geen zorgtaken over van bijvoorbeeld thuiszorg.

Uit de zaal komt de vraag of ook jongeren onderdeel kunnen uitmaken van een cirkel. Het antwoord daarop is ja, maar laat mensen vrij in hun keuze. Annemarie geeft aan hoe belangrijk het is om op tijd na te denken over je eigen toekomst als zorgvrager en bieder. Zelf is ze 50 en ze realiseert zich dat de leeftijd waarop ze niet als vanzelfsprekend een beroep kan doen op professionele zorg niet ver weg is.  Op haar leeftijd moet je eigenlijk al anticiperen op een toename van zorgbehoefte in de toekomst.

Een andere vraag uit de zaal is hoe je mensen kunt bereiken om zo’n cirkel op te zetten. Niet iedereen komt naar een informatieavond zoals deze, dus het uitdragen van de opgedane kennis is een eerste stap naar samenwerking. Annemarie geeft als suggestie dat je een uitnodigingsformulier kunt maken. Zo’n uitnodiging moet je liefst persoonlijk overhandigen. Het domweg in de brievenbus werpen gaat niet werken, zoals de NLZVE groep heeft ervaren.

Iemand die werkzaam is in het verpleeghuis vraagt of een voorzorgcirkel mee kan verhuizen naar het verpleeghuis wanneer iemand van de cirkel daarin wordt opgenomen. Annemarie legt uit dat er op dit moment daarvan geen voorbeelden zijn. Wel werd een cirkel opgezet rond iemand die uit het ziekenhuis kwam en extra praktische hulp nodig had.  “Kruisbestuiving” is vaak mogelijk.

Na deze vragenronde neemt Gatske IJkema de microfoon over en legt de vertegenwoordigers uit de dorpen een aantal vragen voor, om een beeld te krijgen welke vormen van ‘naoberschap’ er zoal op Texel bestaan.

Annie Dros uit de Wilsterstraat in den Burg vertelt dat vanaf het begin er al aandacht voor elkaar was in de straat. Recentelijk zijn er nogal wat mensen overleden en lijkt de behoefte aan contact te zijn toegenomen. Als antwoord daarop houdt Annie wekelijks op maandag een koffieochtend. Tijdens die koffieochtenden komen ook de (hulp)vragen. Verder heeft men een buurtApp met circa 15 mensen. Bekendheid met elkaar maakt het gemakkelijker om te vragen, aldus Annie.

Albert Hoven uit Oosterend heeft het contact met bewoners onderling ooit ‘vitaminen van het dorp' genoemd. Het letten op elkaar is in Oosterend vanzelfsprekend. Naast een straatApp en een algemene OosterendApp zijn er samenkomsten in het dorpshuis. Er is een koffiegroep en een wandelgroep, en uitwisseling van informatie bij de scholen door  ouders is ook een vorm van omzien naar elkaar. Albert zelf verkiest deze natuurlijke processen boven het opzetten van voorzorgcirkels.

Veronica van Beek uit De Koog vertelt dat er veel gebeurt in en rond het dorpshuis. Mensen sluiten zich er gemakkelijk aan. Ook De Koog heeft een dorpsApp en een kletsApp groep.

In De Waal is binnen het dorpskarakter omkijken naar elkaar gewoon. Iemand vertelt over haar bejaarde moeder die in de Waal woont. Naar haar moeder wordt als vanzelfsprekend omgezien. Zelf woont ze in de Tunen, waar ze minder betrokkenheid ervaart.

Christa Bakker- Kamminga geeft aan dat in Den Hoorn het dorpshuis een centrale rol speelt. Er is onder andere een inloopcafé. Men weet elkaar te vinden wanneer er hulp nodig is. Echter, weerstand om hulp te vragen is er ook.

In Oudeschild is ook veel betrokkenheid. Veel contacten hebben plaats in het dorpshuis. De beheerder van het dorpshuis is een huiswerkgroepje gestart voor jongeren die thuis onvoldoende toekomen aan huiswerk maken. Verder wordt een voorbeeld genoemd van een dementerende man die voortdurend de weg kwijt was. Het hele dorp hielp mee om hem, wanneer nodig, richting huis te begeleiden. Zo heeft hij na het begin van zijn verwardheid door dementie nog 7 jaar thuis kunnen wonen.

De Cocksdorp heeft de film over ‘voorzorgcirkels’ al eerder gezien en is enthousiast over het idee. De Cocksdorp heeft al een Appgroep, en in het buurthuis is een ‘soepgroep’. Deze groep bereidt geregeld samen soep, om deze dan vervolgens op te eten. Ook wordt er gebarbecued, en via de App, de soepgroep, de buurtbarbecue en rond de school vindt veel uitwisseling plaats. Door elkaar direct te bevragen gebeurt er meer dan alleen via de App zichtbaar is.

Samenvattend stelt Annemarie dat een Appgroep kan bijdragen aan zorgen voor elkaar, maar met alleen een App ben je er nog niet.

Henry Soyer vraagt of ‘voorzorgcirkels’ de steun van de politiek nodig hebben, en Annemarie vindt dat de Gemeente moet uitdragen dat ze erachter staat. Dit kan bijvoorbeeld door ruimte te faciliteren waar groepjes bij elkaar kunnen komen.

Als laatste wordt gevraagd of er valstrikken zijn waarvoor opgepast moet worden, bijvoorbeeld dat mensen uitgesloten worden van een cirkel? Annemarie geeft als advies om met elkaar erover aan de praat te blijven en niet al te gemakkelijk iemand op te geven.

Mariska bedankt spreker Annemarie, de voorbereiders van deze interessante avond (Gatske Ykema namens TSB, André van Gent en Marijke Otten namens de Seniorenvereniging, en Coby Daalder die de leemtes die vielen door het wegvallen van Geert Naber opvulde), alsook de vertegenwoordigers uit de dorpen, de diverse vragenstellers uit de zaal, en Marian Huizinga die de catering in de Buureton verzorgde, en wenst een ieder wel thuis.

  • Raadplegingen: 281

TSB en Mantelzorg 2020

STANDPUNT TSB  t.a.v MANTELZORG

Onze gezondheidszorg kraakt in z’n voegen. Marktwerking heeft veel verworvenheden van onze verzorgingsstaat wegbezuinigd. Er is een schreeuwend tekort aan personeel, problemen lijken niet meer oplosbaar met een zak geld en beleid en de noodzakelijke keuzes  blijven uit. Zorg is niet meer zo vanzelfsprekend als 15 jaar geleden. De formele zorg kan steeds vaker niet, of in onvoldoende mate, de zorg leveren; en waar de gaten vallen springt de mantelzorger in. Dit toenemende beroep op de informele zorg, zoals de mantelzorg, gaat steeds meer knellen.  Het aantal mantelzorgers dat daardoor in de problemen komt groeit.

De corona epidemie legde pijnlijk bloot dat je als formele zorgverlener wél, en als mantelzorger niet, meetelt. Bij de corona aanpak was er nauwelijks politieke aandacht voor de gevolgen van de afgeschaalde formele zorg op de mantelzorgers. Denk u maar eens aan het sluiten van de dagopvang. Mantelzorgers voelden zich alleen staan. Dat gevoel werd nog eens versterkt doordat er geen waardering voor hen leek te zijn. Zo kon het gebeuren dat een ouder van een volwassen kind met het syndroom van Down, voor wie de zorg via een pgb is geregeld, geen zorg bonus of applaus kreeg, terwijl deze ouder wel alle zorgtaken overnam. 

TSB vindt -binnen redelijke grenzen- dat het vanzelf spreekt dat we elkaar tot steun zijn. We vinden dat mantelzorg positief is en waarde geeft aan de relatie die mensen met elkaar hebben. Het vereist wel investeren in een stevige sociale basis waarbij mensen zo lang mogelijk, en op een prettige manier, voor zichzelf en voor elkaar kunnen zorgen. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale basis. Lichte vormen van mantelzorg kunnen zo worden opgevangen, waardoor meer formele zorg voor het ondersteunen van de zwaardere vormen van mantelzorg beschikbaar is.  Daarbij moet er steeds aandacht blijven voor preventie van overbelasting van mantelzorgers en de vrijheid om "nee" te zeggen.

TSB wil dat mantelzorgers wél meetellen. Mantelzorgers moeten kunnen zorgen op een voor hen passende manier die te combineren valt met het eigen leven en de eigen activiteiten. Daar is een mantelzorgvriendelijke samenleving voor nodig.

Een mantelzorgvriendelijke samenleving biedt:

  • Ondersteuning bij het combineren van werk en mantelzorg
  • Voldoende mogelijkheden om te wonen op een manier die bij de zorgsituatie past
  • Een gelijkwaardige positie van mantelzorger en zorgprofessional
  • Wet en regelgeving die aangepast of vereenvoudigd wordt tot voordeel van de mantelzorger, en waarbij wantrouwen niet het uitgangspunt is

Zo’n samenleving biedt ook een goed georganiseerd en goed werkend vangnet voor mantelzorgers die daar terecht kunnen voor:

  • informatievoorziening
  • advies en begeleiding
  • emotionele steun
  • educatie
  • praktische hulp
  • respijtzorg
  • financiële ondersteuning en
  • materiële hulp

Een mantelzorgvriendelijke samenleving geeft bovenal mantelzorgers erkenning en waardering.

Lees hier meer over TSB en Mantelzorg

  • Raadplegingen: 708